Exit

“Dat ik niets voel wil niet zeggen dat ik niets kan bewegen” denkt Daan, en hij probeert zich voor te stellen welke spieren er gespannen moeten worden om de fiets van zich af te werpen. Hij strekt zich uit alle macht  (dat wil zeggen, hij maakt met zijn hersenen de inspanning die hij denkt dat gedaan moet worden om zijn ledematen de gestrekte toestand aan te laten nemen, vergelijkbaar met het bewegen van een geamputeerd been) en hoort inderdaad wat geklots van het water. Maar in plaats dat hij door het wateroppervlak kan komen met zijn gezicht om te ademen, zakt hij dieper terwijl hij de wervels in zijn nek verder over elkaar hoort schuiven.

“Zelfs als de instanties op tijd komen zoeken en mij vinden, dan nog zal mijn leven zich voortaan vanuit een rolstoel afspelen” denkt Daan. De drang om zijn longen vol te zuigen wordt onhoudbaar; onweerstaanbaar zelfs. Er wordt gezegd dat de verdrinkingsdood zacht is. Dat de paniek die ontstaat als de longen zich met water vullen van korte duur is. Er wordt kort gehoest tot alle lucht uit de longblaasjes is en dan geeft het lichaam zich volledig over zodat het zich vredig laat wegglijden in de eeuwige slaap.

Maar Daan laat zich niet zomaar kisten. Hij ziet voor zich hoe over drie maanden -als het lente is- jongelui in een rubberbootje voorbij komen peddelen en het plots muisstil wordt als ze het skelet ondersteboven zien hangen met nog de Shimano schoentjes in de clips. Die gedachte probeert Daan uit zijn hoofd te bannen door stevig te hopen dat hij ontdekt wordt als zijn lichaam nog warm is. Leven hoeft hij niet meer, maar zijn organen -waar hij lang zuinig op is geweest- hoopt hij voort te laten leven in mensen met minder functionerende exemplaren. En zo is Daan nog even druk met mijmeren.

About

Ik ben een teruggetrokken, enigszins zwaar op de hand zijnde oude Brabander, met een ongeorganiseerde stroom gedachten.

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close
Go top