Exit

Daan is dertien, en het is kermis in Boxtel. Zijn vrienden uit de brugklas lopen hard voor hem uit als hij probeert te volgen maar door de haast een misstap maakt. Hij gaat languit voorover en schuift nog even door. Zijn handen haalt hij open aan het scherpe grind en zijn polsen doen zeer. Als hij weer staat en zijn spijkerjas en -broek controleert op extra gaten ziet hij zijn vrienden de rups al instappen. De rups met de flos die voor een extra ritje zorgt als je hem weet te grijpen.

Daan besluit de rit af te wachten en in die drie minuten een wijnbal te kopen; de wijnbal waar hij aan bezig was is nog een meter of zes verder gerold dan hij en is volledig zwart van het zand geworden. Als hij de rijksdaalder aan de vrouw in de kraam geeft wordt hij aangesproken door een meisje naast hem. “Hallo Daan.” Hij kijkt ietwat omfloerst op maar zodra hij ziet wie hem aanspreekt staan zijn ogen helder. Het is Margriet uit de tweede klas, met de vuurrode haren en de sproeten. Daan weet haar naam doordat zij nog steeds door haar moeder wordt geroepen als zij opgehaald wordt (zij loopt dan stuurs met grote stappen naar haar moeder terwijl ze zachtjes “ssssst” sist). Hoe Margriet zijn naam weet zal hij haar vragen zodra hij dat durft.

“Hallo Margriet”, zegt Daan.
“Ben je gevallen?” vraagt Margriet terwijl ze wijst naar de nieuwe bebloede gaten in zijn broek.
Daan knikt en vertelt haar hoe geweldig stuntelig hij plat is gegaan en waarom hij nu een nieuwe wijnbal openpeutert. Margriet lacht breeduit en Daan ontspant.
“Jij bent leuk!”, zegt Daan. “Ik kende je al, met je mooie krullen, maar ik wist niet dat je ogen zo mooi fonkelen als je lacht.” Margriet kijkt gevleid Daan recht in zijn ogen en Daan voelt zich zekerder worden. “Dit gaat veel gemakkelijker dan ik al die tijd had gedacht” denkt Daan, en doet er nog een schepje bovenop; “ga je met me mee het reuzenrad in?”. Het reuzenrad in Boxtel is niet zo’n reuzenrad, maar het is wel de plek waar je met tweeën de meeste privacy hebt. Margriet stemt in, en Daan koopt tokens.

Stoeltje voor stoeltje worden de passagiers gewisseld voor verse exemplaren, en na zo’n 4 minuten begint het rad te draaien op snelheid. Daan legt zijn arm om de schouders van Margriet, maakt zijn lippen nat en beweegt langzaam zijn gezicht naar dat van Margriet. Margriet zit ongeduldig te wachten tot zijn mond vlakbij de hare is en pakt dan zijn hoofd met twee handen vast en begint als een dolle te tongen. En blijft tongen, totdat het rad tot stilstand komt en de eerste passagiers alweer moeten vertrekken.

“Hoe weet je eigenlijk dat ik Daan heet?” vraagt hij, terwijl hij opstaat en bijna zijn evenwicht verliest. Margriet kijkt hem uitdagend aan, terwijl ze met haar hand door haar bos rode krullen gaat. “Ik vind je ook leuk, en heb het je vrienden gevraagd, vanmiddag na school”, zegt ze zachtjes, “hebben ze het je niet verteld?”

About

Ik ben een teruggetrokken, enigszins zwaar op de hand zijnde oude Brabander, met een ongeorganiseerde stroom gedachten.

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close
Go top