Exit

Terwijl Daan met zijn hoofd op de bodem van de Aa ligt, kan hij door de 20 centimeter water de grijze lucht zien. Als hij de golvende vertekening ziet moet hij onwillekeurig denken aan de amanuensis uit zijn middelbare schooltijd. Meneer Pokey werd hij genoemd. Hij zat immer met zijn linker duim in zijn neusgat, op zoek naar losse stukjes hard geworden zacht. Of het was een tick. Dat maakte geen verschil. Het zag er onsmakelijk en daardoor vermakelijk uit.

Het was een beetje een sneue man. Groot, altijd dezelfde kleren, vettige bril, in elkaar gedoken lopend maar een begenadigd amanuensis. Hij kon spullen klaarzetten zoals geen enkele leerkracht dat kon.

Meneer Pokey had ook als taak om de afwas te doen van de vies gegeten spulletjes in de lerarenkamer. Zijn manier van afwassen was er een van weinig handelingen; efficiëntie tot en met.
Elk kopje en glas liet hij volledig vollopen met gloeiend heet water, en zette het op het aanrecht neer om de uitgeharde koffie-,  thee- en melkresten te laten losweken. Het hele aanrecht stond vol met wekende kopjes en glazen, en het bestek en de bordjes liet meneer Pokey weken in een laagje heet water dat hij in de afwasbak liet lopen. Zodanig dat alles nét onder water stond. Om water te besparen.

Een uur later kwam meneer Pokey terug en andermaal hield hij alles onder de hete kraan, om het vieze water eruit te spoelen. Tot alles schoon was.

Meneer Pokey hield niet van zeep. Zijn afkeer was groter dan ieder ander lief was want de kolom zout-zure lucht die om hem heen hing was zo dik dat het leek alsof de beeltenis van meneer Pokey golfde, net als hete lucht boven een kachel dat doet.

Daan moest lachen en kreeg een slok Aa-water binnen.

About

Ik ben een teruggetrokken, enigszins zwaar op de hand zijnde oude Brabander, met een ongeorganiseerde stroom gedachten.

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close
Go top