Exit

Daan is twintig en neemt zich voor dat dit de laatste keer is dat hij met zijn ouders mee op vakantie is. Ze gaan al zolang hij zich kan herinneren naar camping El Moulin in LʻEstartit, in Noord-Oost Spanje. Naast de hooglopende ruzies heeft hij steeds meer problemen met de borsten van zijn moeder op het strand. Het minuscule broekje van zijn vader komt op een mooie tweede plaats. En Jeroen, de jongere broer van Daan, heeft meisjes bij de vleet en kan zwemmen en surfen als de beste en de pesterijen van hem zijn al jaren ondraaglijk.

Op een zeer hete ochtend gaat Daan op een drijfbedje lekker in zee liggen luieren, zich afzonderend van zijn gezellige familie. De wind is licht aflandig, kracht twee op de schaal van Beaufort.

Een uur of drie later schrikt Daan wakker; hij wordt ruw van het luchtbedje gestoten door een golf welke hem tegen een scherpe rots smijt en zijn luchtbedje lek maakt. Hij is afgedreven vanaf het strand naar de Les Illes Medes, 4 mijl verder op zee.

Daan klautert op een rots, en probeert te focussen op het strandje vanwaar hij vertrokken is, maar kan de parasol niet eens meer zien waar zijn vader altijd onder zit te puzzelen in zijn stoel. Zelfs het strandje kan hij niet meer zien. Terugzwemmen gaat niet meer lukken, dat redt hij niet.

Hij gaat staan en voelt aan zijn gezicht en inspecteert zijn buik en bovenbenen; verschrikkelijk verbrand. Er hangen al wat vellen los van zijn neus. Daan probeert hogerop te komen maar maakt een misstap waardoor hij uitglijdt en hard op zijn knieën terecht komt.

Er liggen wat bootjes voor anker tussen het vasteland van Spanje en het eilandje en hij besluit daar hulp te zoeken. Langzaam gaat Daan het water in en zwemt voorzichtig naar een zeilboot. Verschillende kwallen nemen hun kans waar en prikken in zijn ledematen en rug.

Die mensen op het bootje begrijpen hem niet in eerste instantie -zij zijn Italiaans, en Daan heeft dan wel een cursusje Italiaans gedaan in het verleden, maar hij heeft deze nooit afgemaakt- en zij vragen hem wild gesticulerend aan boord. Met handen en voeten kan hij uitleggen dat hij in nood verkeert, dorst heeft, een grote hoeveelheid pijn heeft, en dat het allemaal zijn eigen schuld is en dat hij weer dolgraag naar zijn geliefde familie terug wil.

De mensen brengen Daan naar de haven van LʻEstartit, een half uurtje lopen vanaf het strandje voor El Moulin, en verbinden zijn knieën. Hij krijgt een halve fles water mee en Daan begint terug te strompelen naar het strandje. Hij ziet eruit als een zombie, met die bulten en vlekken en knieen. Als hij een uurtje later arriveert, is er geen teken van ongerustheid bij zijn ouders. Zijn vader doet het puzzelboekje dicht, gooit dat op de handdoek van zijn moeder en zegt: “ik ga terug naar de caravan, een lekker koud pilsje pakken” en begint zijn stoel in te klappen. Zijn moeder gooit haar peuk in het zand, schopt er een kwak zand overheen en klopt haar handdoek zandvrij. Jeroen ligt verderop te flikflooien en steekt zijn duim op naar Daan. “Je moet je beter insmeren jongen, je verbrandt zo nog” zegt zijn moeder en ze lopen naar de camping waar de dagelijkse routine onveranderd doorgaat.

About

Ik ben een teruggetrokken, enigszins zwaar op de hand zijnde oude Brabander, met een ongeorganiseerde stroom gedachten.

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close
Go top